Kalender | Wie? | E-Mail
Antwerpen | Oost-Vlaanderen | West-Vlaanderen | Limburg | Vlaams-Brabant | Waals-Brabant | Henegouwen | Namen | Luik | Luxemburg
Belgie | Nederland | Luxemburg | Duitsland | Frankrijk
Forum | Kalender | Koopjeshoek | Kartgrid Meetings | Kartgrid in de kijker
Uit de oude doos | 2002 | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010
2-takt | 4-takt | Algemeen
Algemene Info | T-Shirts | Hemden | Truien | Ondergoed | Accesoires | Varia

Ideale lijn

In deze tekst zullen we proberen om een paar basisregels aan te leren die je normaal gezien verder moeten helpen bij het verbeteren van je rondetijden. De regels die hier opgesomd worden zijn zeker geen supertips maar als je rekening houdt met hetgeen we hier uitleggen zal je zien dat je toch nog net iets beter (sneller) de bocht doorgaat dan wanneer je zomaar lukraak instuurt.

De ideale lijn: Wat bedoelen we daar nu mee?

De ideale lijn is het traject dat we met onze kart gaan volgen om uiteindelijk onze doelstelling te behalen en dat is snelle regelmatige rondetijden neerzetten. Het is van het grootste belang ervoor te zorgen dat we toch een redelijke snelheid in de kart houden zonder extreme toestanden. Als je al eens naar een kartwedstrijd bent gaan kijken heb je ze misschien ook al gezien, de piloten die met hoge snelheid komen aanstormen en met veel bandengepiep een bocht insturen. Op dat moment heb je misschien ook al eens gedacht van "Wow die kan er wat van". Onderwijl zijn er nog andere piloten die dan aan een rustiger tempo door de bocht gaan en niet echt opvallen. Je moet dan voor de aardigheid eens de rondetijden van de verschillende piloten opnemen. Je zal dan merken dat niet altijd de piloot die het spectaculairst door de bocht gaat ook de snelste tijden draait!

Hoe komt dit nu?

Wat we eerst en vooral moeten begrijpen is dat je moet proberen om de kart ten allen tijde toch "op dreef" te houden, ervoor zorgen dat je gemiddelde snelheid zo hoog mogelijk ligt dus. Terwijl we uitleggen wat we bedoelen moet je proberen om de 2 verschillende rijstijlen in gedachten te houden.

Neem als voorbeeld de piloot die aan een bocht op het laatste moment alles dichtgooit en bijna dwars door de bocht gaat. Stel dat die aankomt aan +- 50 Km/h, op het moment dat hij afgeremd heeft om de bocht toch nog te kunnen nemen zonder eruit te gaan zal zijn snelheid afgenomen zijn tot zo'n 10 Km/h. Dat is de snelheid die hij halverwege de bocht zal hebben en vanwaar hij terug zijn kart op snelheid zal moeten brengen op het recht stuk dat erna komt tot de volgende bocht.

De andere piloot die ook met een topsnelheid van +- 50 Km/h aankomt zal wat vroeger beginnen afremmen waardoor hij met een vloeiender beweging de bocht zal kunnen nemen, hierdoor zou het best kunnen dat zijn bochtsnelheid op het punt waar de 1ste piloot aan zo'n 10 Km/h zit bij hem misschien wel 15 Km/h zijn. Daardoor zal de 2de piloot zijn kart op het recht stuk dat erna komt sneller aan zijn topsnelheid zitten dan voorbeeld 1.

Wat we hiermee proberen duidelijk te maken is dat de gemiddelde snelheid van piloot 1 lager zal zijn dan die van piloot 2 en daar is het uiteindelijk toch om te doen.

Let wel op, we hebben het hier over indoorkarts en niet over outdoor! We zeggen niet dat het bochtenwerk daar niet belangrijk is maar aangezien de constructie van de aandrijving ook een belangrijk gegeven is en er bij indoorkarts steeds van een vrijloopkoppeling gebruikt gemaakt wordt beperken we ons hier tot het rijden met dat type van karts. Ter titel van info; bij de outdoor 2-takt karts hebben we ook types met een vrijloopkoppeling maar het overgrote deel heeft een "vaste" verbinding. Dit wil zeggen een tandwiel vast op de krukas gemonteerd dat met het tandwiel op de achteras verbonden word door middel van een ketting.

Met andere woorden, staat de kart stil dan ligt ook de motor stil en dat zorgt er voor dat het aansnijden van een bocht toch iets anders moet gebeuren dan met een type met vrijloop.

Hetgeen we willen bereiken is het traag in snel uit principe, traag in de bocht en met hogere snelheid eruit, wat beter is dan omgekeerd natuurlijk.

Het punt waar de bocht word ingestuurd is heel belangrijk, een goede tip: probeer in het begin al een overzicht van het circuit te krijgen en kijk op welk punt de snellere piloten een bepaalde bocht insturen. Een andere manier is gewoon tijdens het rijden proberen om een piloot die sneller is te volgen en te kijken op welk punt hij een bepaalde bocht instuurt. Het is de bedoeling om een zo ruim mogelijke bocht te nemen zo dat je kart zo weinig mogelijk aan snelheid inboet. (Figuur 1)

Zorg er voor dat je bij het aansnijden van de bocht zo ver als mogelijk aan de buitenkant ervan zit, stuur dan zo in dat je in het midden van de bocht (apex) zo dicht mogelijk aan de binnenzijde ervan zit en bij het uitkomen terug zo dicht mogelijk aan de buitenzijde.

In de wat grotere bochten kan het zelfs aangewezen zijn om er enigszins driftend door te gaan maar dat is iets dat je kan leren als je al wat verder gevorderd bent met je bochtentechniek.

Bij een redelijk haakse bocht geld net hetzelfde (figuur2)

Ook hier zie je dat de bocht zo ruim mogelijk dient genomen te worden, met andere woorden als je de bocht echt moest volgen zoals hij er ligt zou je een heel haakse figuur maken wat maakt dat je toch serieus wat aan snelheid zou inboeten.

Zit je nu met een opeenvolging van bochten (figuur 3), een zogenaamde chicane dan moet je soms de 1 ste bocht iets of wat opofferen om zodoende toch een betere exit van de eropvolgende bocht te verzekeren. Ook hier geldt de stelregel: traag in, snel uit!

Als je deze simpele regels aanhoudt zal je al snel merken dat je rondetijden naar beneden gaan.

Het beste zou zijn dat je kan zien welke je laatst gereden rondetijd is en dan vergelijken met de ronde ervoor. Soms zal je van jezelf vinden dat je niet echt snel bezig bent maar als je dan achteraf de rondetijden bekijkt zal je zien dat het anders insturen van een bocht je toch wat sneller maakte maar dan weet je meestal niet meer wanneer dat juist was.

Probeer daarom ergens op een karting te gaan rijden waar je direkt je rondetijden kan vergelijken, dit ofwel op een bord met rondetijden dat ergens in het zicht geplaatst is ofwel af te lezen op je stuur zoals nu toch al meer de mode is.

Het voordeel hiervan is dat eens je constante rondetijden neerzet je kan beginnen "experimenteren", probeer hierbij het tracject dat je neemt elke ronde zoveel als mogelijk hetzelfde te houden maar probeer telkenmale 1 bepaalde bocht iets anders te nemen tot dat je de ideale manier voor dat stuk gevonden hebt. Probeer eens wat vroeger/later te remmen/insturen/gas geven. Zoek op de piste ook vaste herkenningspunten waar bij je voor je zelf kan uitmaken waar het beste moment van insturen ligt.

Ik zeg vaste herkenningspunten omdat er op een circuit ook al eens wat veranderd word en als je je dan focust op een aan de muur bevestigde vlag en de week erna hangt die een meter verder dan klopt je referentiepunt niet meer....

Heb je voor dat stuk de beste manier gevonden doe dan hetzelfde voor het volgende en dit tot je het hele circuit afgewerkt hebt.

Uiteindelijk zal je toch progressie in je tijden zien ten opzichte van die waar je mee begonnen bent. Houdt er ook rekening mee dat je alleen maar kan vergelijken met de kart waar je op dat moment mee rijdt. Het gebeurt genoeg dat er op de karts onderling verschil zit zo dat je met de ene kart zowieso al sneller/trager bent dan met en andere dus dan is het moeilijk om te vergelijken!

Een eigen kart is hiervoor nog altijd de beste oplossing maar we beseffen ook wel dat niet iedereen de luxe heeft om eigen kartingmateriaal aan te schaffen.
Hopelijk ben je wat geholpen met de uitleg, zo ja laat het ons dan maar weten en zo niet dan horen we ook graag wat jou persoonlijke mening./ervaring is.

| Wie? | Disclaimer | Kontakteer ons | © 2010 kartgrid.be karting in belgie en nederland